OR en flexwerkers: concurrent of collega?

Het aantal werknemers met een flexibel (tijdelijk) contract groeit gestaag. Op dit moment behoort bijna een kwart van de beroepsbevolking tot deze categorie. De behoefte van werkgevers aan flexibilsering van arbeidsrelaties leidde recent tot aanpassing van de wet via de Wet Werk en Zekerheid. De WWZ regelt meer rechtszekerheid voor werknemers met een flexibel contract. Maar een goede aansluiting bij de WOR ontbreekt als het gaat om de vertegenwoordiging van deze werknemers op ondernemingsniveau. Uitzendkrachten zijn hiervan een goed voorbeeld: bijna elk bedrijf of organisatie maakt gebruik van deze flexibele arbeidskrachten en van (indirecte) participatie is niet of nauwelijks sprake. Zij krijgen in de WOR pas medezeggenschapsrechten als ze langer dan 24 maanden binnen de onderneming werkzaam zijn.

Iedere werknemer heeft recht op medezeggenschap bij de (zijn) arbeid, dat staat in de Grondwet. Heeft de OR hierbij een (zorg)taak? En wat als vast en flexibel personeel elkaar als concurrenten zien als het om (behoud van) werkgelegenheid gaat? Of is scholing en ontwikkeling, inzetbaarheid en positie op de arbeidsmarkt een individuele zaak? Hoe verhoudt dit zich dan weer met trends op de werkvloer als kwaliteit en duurzame inzetbaaheid? Als de OR kiest voor medezeggenschap voor alle 'werkenden' op de werkvloer, wat zijn dan de mogelijkheden?  Deze vragen en ontwikkelingen staan centraal tijdens de themacursus OR en flexwerkers: concurrent of collega?

Programma

9:30 - 10:00

  • Aankomst locatie

    Ontvangst met koffie en thee, korte voorstelronde, huishoudelijke mededelingen en het bespreken van het programma.

10:00 - 11:00

  • Flexwerken: waar staan we nu precies?

    Op informele wijze gaan we aan de slag. Wat komen we op dit moment in onze praktijk al tegen. Nadat vastgesteld is wat nu precies onder flexwerkers wordt verstaan en trends in kaart zijn gebracht, worden de eerste ervaringen uitgewisseld. Hoe gaan leiding en medezeggenschap met flexwerken op de werkvloer om. Wat komt de OR zoal tegen? Aan de hand van een groepsopdracht en de moderatiemethode worden de ervaringen gebruikt als input voor de cursus.
    Resultaat:
    De deelnemers hebben zicht op de vraag wat en wie flexwerkers zijn en hoe er tot nu toe binnen de eigen werkomgeving mee omgegaan wordt.

11:00 - 12:30

  • Flexwerken en medezeggenschap

    Nadat de praktijk binnen de organisaties en trends in kaart zijn gebracht en duidelijk is geworden wat flexwerkers nu precies zijn, wordt gekeken naar de huidige stand van zaken in de wetgeving in het algemeen en de positie van de flexwerkers in de WOR. Casuïstiek in de vorm van een groepsopdracht over inleenkrachten helpt de cursisten de diepere betekenis van artikel 1, lid 3 WOR te begrijpen en na te gaan hoe deze toegepast wordt. De cursisten wordt een spiegel voorgehouden.
    Resultaat:
    De cursisten hebben aan de hand van de eigen praktijk zicht op de vraag: flexwerker - concurrent of (nieuwe) collega? Wat doet de OR er mee?

12:30 - 13:30

  • Pauze en lunch

13:30 - 15:30

  • Wat kan en wil de OR?

    In kleine werkgroepen gaan we dieper in op vragen als: wat is nu precies de rol van de medezeggenschap? Wat voor rol kan deze spelen in de kwaliteit van de medezeggenschap voor flexwerkers? Is ook samenwerking denkbaar met andere disciplines binnen organisaties, zoals HRM of P&O (opleidingsbeleid)? Volstaat de huidige medezeggenschap? Welke eisen moeten er aan gesteld worden? Positiebepaling van de OR staat hierin centraal waarbij met een schuin oog naar het gebruik van de artikelen 23 (initiatiefrecht) en 24 van de WOR (algemene gang van zaken) wordt gekeken.
    Resultaat:
    De cursisten hebben zicht op de mogelijkheden die ze hebben met betrekking tot de positie en vertegenwoordigende rol die de OR kan innemen voor deze categorie werknemers. Het begrip “achterban” heeft een andere betekenis gekregen. Of kan die krijgen.

15:30 - 16:50

  • De terugkoppeling

    De werkgroepen hebben een woordvoerder aangewezen. Plenair worden de resultaten gepresenteerd en met elkaar besproken. In de terugkoppeling gaan de cursisten in op de uiteindelijke vraag: wat kan de medezeggenschap voor flexwerker en het bedrijf betekenen? Bedrijven kennen een code voor goed werkgeverschap en goed werknemerschap; idee om daarin ook plaats te maken voor een code goede medezeggenschap voor flexwerkers?
    Resultaat:
    Mogelijkheden voor een richtlijn, gericht op de betrokkenheid van flexwerkers als (nieuwe) collega’s zijn opgesteld en handvatten zijn gegeven om het op de agenda in het overleg met de bestuurder te plaatsen.

16:50 - 17:00

  • Afronding en wel thuis!

    Vanuit het werknemersperspectief voor mens en organisatie wordt gekeken waar de puntjes nog op de i gezet kunnen worden; losse eindjes worden bij dit nieuwe thema geïnventariseerd en tijd voor vervolgafspraken gemaakt.