Welke Arbowet wijzigingen zijn er in 2026?
De wereld van arbo is altijd in beweging en ook in 2026 gaat er op het gebied van arbo een aantal zaken veranderen. Het is belangrijk om als preventiemedewerker en medezeggenschap op de hoogte te blijven van deze wijzingen van wet- en regelgeving die consequenties kunnen hebben voor het beleid en de werkzaamheden in het eigen bedrijf zodat je hierop kunt inspelen wanneer dit nodig is.
In deze blog nemen we in vogellucht de belangrijkste wijzigingen door en laten we zien wat je daar als OR of VGWM-commissie mee kan.
1. Eisen aan preventiemedewerkers – minimaal MBO opgeleid
Iedere werkgever met 25 of meer werknemers is verplicht om zich op het gebied van arbeidsomstandigheden te laten bijstaan door een of meer deskundige werknemers (artikel 13, Arbowet). Deze werknemer wordt meestal de preventiemedewerker genoemd. Hun wettelijke takenpakket bestaat uit:
- Meewerken aan het uitvoeren en opstellen van de RI&E;
- Het uitvoeren van de maatregelen die voortkomen uit de RI&E en/of het meewerken daaraan;
- Het adviseren en samenwerken met de medezeggenschap;
- Het adviseren en nauw samenwerken met de gecertificeerde arbodeskundigen (kerndeskundigen), waaronder de bedrijfsarts.
De preventiemedewerker moet deskundig en ervaren zijn om zijn wettelijke taken uit te voeren. In de praktijk blijkt dat preventiemedewerkers lang niet altijd voldoende opgeleid zijn. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarom een basiseis voor deze preventiemedewerkers geïntroduceerd. Preventiemedewerkers moeten in de toekomst beschikken over een opleiding op ten minste mbo-niveau, zoals een erkende opleiding Middelbare Veiligheidskunde of Middelbare Arbeidshygiënist.
Als OR heb je instemming op (art.13 Arbowet):
- De positie en de persoon van de preventiemedewerker;
- Het aantal uren dat nodig is om hun werk naar behoren te kunnen uitvoeren;
- Welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zij hebben.
2. Naleven overlegverplichting werkgever met werknemers
Werkgevers moeten verplicht overleg voeren met hun medewerkers of vertegenwoordigers hiervan (OR), bijvoorbeeld over arbobeleid. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) moet op de naleving van deze verplichting toezien. De wijze waarop dit in de arbowet is vastgelegd is echter niet in lijn met de Europese regelgeving. Ook heeft lang niet ieder bedrijf in Nederland een OR of Personeelsvertegenwoordiging (PVT) aangesteld. Ook was het voor de NLA niet mogelijk op dit overleg te handhaven wegens gebrek aan sanctiemogelijkheden.
In een wetsvoorstel dat bij de Eerste Kamer ligt wordt het ontbreken van dit overleg nu aangemerkt als een overtreding van artikel 12 van de Arbowet. Daarmee heeft de NLA nu wel mogelijkheden gekregen om te kunnen handhaven op dit punt. Het is echter nog niet duidelijk welke sancties de NLA dan kan treffen, omdat hier een aanpassing van het Arbobesluit voor nodig is. Ook betekent het niet dat de NLA werkgevers nu kan verplichten een OR of PVT in te stellen. Een werkgever kan namelijk bij het ontbreken van een OR of PVT nog steeds overleggen met werknemers.
3. Verplichte gedragscode ongewenst gedrag
Vanaf 1 juli 2026 zijn werkgevers met tien of meer medewerkers verplicht om een formele gedragscode voor ongewenst gedrag op te stellen. De gedragscode moet duidelijk omschrijven welk gedag binnen de organisatie als ongewenst wordt beschouwd. Ook concrete voorbeelden over wat dan als ongewenst wordt omschreven moeten hierin worden opgenomen. Op deze manier wordt beoogd dat iedereen kan begrijpen wat wel en niet acceptabel gedrag is.
Verder moet de gedragscode ondersteuning bieden voor werknemers die ongewenst gedrag ervaren. Te denken valt aan de vertrouwenspersoon, klachtenregeling en/of een meldpunt. (Er ligt overigens al geruime tijd een voorstel bij de Eerste Kamer om de vertrouwenspersoon verplicht te stellen en als zodanig op te nemen in de Arbowet. Het is nog niet helder wanneer deze verplicht wordt.)
De gedragscode moet ook voorzien in maatregelen en sancties die volgen bij het overtreden van de regels in de gedragscode. Daarbij moet in de gedragscode worden opgenomen waar medewerkers terecht kunnen met vragen over de code.
Tenslotte moeten werkgevers ervoor zorgen dat medewerkers de gedragscode kennen en hier ook voorlichting over geven.
De OR heeft instemmingsrecht op invoering van de gedragscode op basis van art 27 lid 1 d, besluit tot vaststelling, wijziging of trekking van een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden.
Let op: de ingangsdatum van deze wijzing in de Arbowet is nog niet definitief, de Eerste en Tweede Kamer moeten nog het wetsvoorstel aannemen.
Samen werken aan een gezonder en veiliger 2026
Het is belangrijk om als preventiemedewerker en medezeggenschap op de hoogte te blijven van deze wijzingen van wet- en regelgeving die consequenties kunnen hebben op het beleid en de werkzaamheden in het eigen bedrijf zodat je hierop kunt inspelen wanneer dit nodig is.
Onze specialisten uit het expertiseteam Arbeid & Gezondheid kunnen de medezeggenschap en preventiemedewerker hierin bijstaan. Dit kan via trainingen en advies.
Geschreven door Peter Langedijk, trainer/adviseur expertiseteam Arbeid & Gezondheid.


