Biologische agentia worden in de Arbeidsomstandighedenwet omschreven als de ‘levende organismen die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken.’ Biologische agentia zijn er in verschillende vormen: levende micro-organismen, gifstoffen en allergenen. Ze komen onbewust, als neveneffect voor in sectoren als bakkerijen, waterzuivering, zorgsector en soms bewust, zoals in laboratoria. Blootstellingsmeting is niet altijd mogelijk of nodig om preventieve maatregelen te nemen. Ook zijn er weinig grenswaarden. Er zijn wel tools ontwikkeld zoals een leidraad voor blootstelling aan allergenen, een klasseindeling en een RI&E.

Als medewerkers aan biologische agentia worden blootgesteld, dan moeten de risico’s in de RI&E worden meegenomen. Er moet een zogenaamde verdiepende RI&E worden uitgevoerd. Hiervoor is door deskundigen een RI&E instrument ontwikkeld: de blauwdruk RI&E Biologische agentia. Dit instrument is er voor de pluimvee-, vleesverwerkende en diervoederindustrie. De RI&E is pas volledig als deze en andere verdiepende RI&E’s zijn uitgevoerd en de hieruit voortvloeiende maatregelen in het Plan van aanpak zijn opgenomen.

De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht op het volledige Plan van aanpak. Dus inclusief de maatregelen gericht op de aanpak van risico’s die het gevolg zijn van de blootstelling aan biologische agentia. Voor een goede beoordeling zal de OR de rapportages met uitkomsten en advies van de verdiepende RI&E ontvangen. Daarnaast moet de OR deze informatie goed kunnen interpreteren.

Klik hier voor meer informatie over de training Gevaarlijke stoffen en de rol van de OR op 20 november.

Alex Daems is trainer/adviseur bij SBI Formaat.