Adviesrecht
Uitspraak: Motivatie samenwerking gebrekkig

Uitspraak: Motivatie samenwerking gebrekkig

Heeft de OR gelijk als hij stelt dat de ondernemer de adviesaanvraag en de gewijzigde adviesaanvraag onvoldoende heeft gemotiveerd en de ondernemer daarom niet in redelijkheid tot zijn besluit is gekomen? (LJN: BV9235 en ARO 2012/52)

Uitspraak Ondernemingskamer: Ja, want noch in de adviesaanvraag, noch in de gewijzigde adviesaanvraag, noch in het besluit is voldoende uiteenzetting gegeven welke verbetering het besluit oplevert ten aanzien van de geconstateerde "kwetsbare situatie". En weliswaar schrijft de Minister dat het besluit een belangrijke verbetering zal opleveren, maar deze verder niet gespecificeerde opmerking is niet voldoende in het kader van een behoorlijke motivering van het besluit. 

Situatie:

O.g.v. een rapport uit 2007 van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (IOOOV) wordt geconcludeerd dat de meldkamers van Flevoland en Gooi en Vechtstreek bij een crisis, ramp of grootschalig optreden nauwelijks in staat zijn zelfstandig te voldoen aan de minimumeisen voor een meldkamer. Op 15 augustus 2011 heeft de ondernemer de OR advies gevraagd over samenvoeging van beide meldkamers in Naarden. Later wordt deze adviesaanvraag aangepast. Het is niet langer de bedoeling de meldkamers in Naarden samen te voegen, maar dat het thans de bedoeling is dat beide meldkamers op die locatie gaan samen werken.

Op 6 december 2011 heeft de OR een negatief advies uitgebracht. Op 8 december 2011 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie de ondernemer geschreven dat uit nader onderzoek door de IOOV is gebleken dat de knelpunten zoals neergelegd in het Landelijk onderzoek door de IOOV (Radar) van 2009 slechts zijdelings in het Plan van Aanpak aan bod komen. Relatering aan de knelpunten, eigen normering van het niveau van kwaliteit waar de veiligheidsregio's aan willen voldoen en operationalisering van de gewenste kwaliteitsverbetering ontbreken. Op 15 december 2011 heeft de ondernemer besloten tot het realiseren van een meldkamer te Naarden en tot de daarmee gepaard gaande investeringen en om de standplaats van de Flevolandse medewerkers te wijzigen van Lelystad in Naarden. Tegen dit besluit komt de OR in beroep bij de OK.

Ondernemingskamer:

De OR voert als eerste aan dat het besluit tot samenwerking feitelijk een besluit tot samenvoeging is van de gemeenschappelijke meldkamers zodat o.g.v. hoofdstuk VII.b Besluit algemene rechtspositie politie (BARP) een rol is weggelegd voor de Commissie voor georganiseerd overleg in politie- en ambtenarenzaken. Deze rol is veronachtzaamd.

De OK overweegt dat, nu de afspraak in het georganiseerd overleg (GO) dat slechts tot samenwerking zou worden besloten indien beide ondernemingsraden samenwerking zouden steunen, is betwist door de ondernemer en de Politievakbond ACP die afspraak niet duidelijk kon bevestigen, het bestaan van die afspraak niet tot uitgangspunt kan worden genomen. De regeling van hoofdstuk VII.b BARP heeft in het bijzonder betrekking op reorganisaties die leiden tot ontslag, wijziging van functies, herplaatsing e.d. Gelet daarop en op de omstandigheid dat het besluit in zijn gewijzigde vorm in ieder geval dergelijke gevolgen niet (langer) beoogt, is het niet onaannemelijk, dat de ondernemer gemeend heeft, dat de bonden zijn opvatting dat het niet (langer) om een reorganisatie in de zin van voormelde regeling ging, deelden, althans aan overleg geen behoefte meer hadden. Dit betekent, dat de omstandigheid dat dat overleg niet heeft plaatsgevonden, de ondernemer niet kan worden verweten.

De andere verwijten van de OR dat de adviesaanvraag en de afwijking van het advies onvoldoende zijn gemotiveerd, zijn gegrond. Noch in de adviesaanvraag, noch in de gewijzigde adviesaanvraag, noch in het besluit is een voldoende duidelijke uiteenzetting gegeven welke verbetering het besluit oplevert t.a.v. de geconstateerde "kwetsbare situatie" en op welke wijze het besluit er toe leidt dat meer wordt voldaan aan de aan een meldkamer gestelde wettelijke eisen en normen. Evenmin is in die documenten een afweging te vinden tussen enerzijds het voordeel van de beoogde verbeteringen en anderzijds het nadeel van 2 binnen betrekkelijk korte tijd, rond 2 of 3 jaar, op elkaar volgende operaties (eerste verhuizing naar Naarden en later naar Zeewolde). Een dergelijke uiteenzetting en afweging had te meer op de weg van de ondernemer gelegen in het licht van de brief van 8 december 2011 van de Minister. Weliswaar schrijft de Minister tevens dat samenvoeging een belangrijke verbetering zal opleveren, maar deze verder niet gespecificeerde opmerking is niet voldoende in het kader van een behoorlijke motivering van het besluit. Daarbij komt dat de gewijzigde adviesaanvraag geen behoorlijke uiteenzetting bevat wat die wijziging precies inhoudt en wat de beweegredenen zijn. De ondernemer heeft nog uiteengezet, dat het enige verschil tussen samenwerken en samenvoegen het schrappen van inkrimping van formatie vormt. Hoewel daarover – afgezien van de toezegging dat geen (gedwongen) ontslagen zullen volgen – niet alle onduidelijkheid kon worden weggenomen bleek uit de door de ondernemer gegeven toelichting dat het de bedoeling zal zijn met gemeenschappelijke roosters te werken en ook overigens zo veel mogelijk te functioneren als één meldkamer. Onvoldoende duidelijk werd welke de gevolgen zijn voor het werk van de werknemers die bij samenvoeging van meldkamers overtollig zouden zijn geweest resp. voor de positie van de desbetreffende werknemers.

Ter terechtzitting heeft de ondernemer zich erop beroepen dat de meldkamer te Naarden in de loop van dit jaar operationeel moet zijn en dat "de veiligheidsbelangen (…) evident (zijn) en (dat) er veel derde partijen betrokken (zijn) bij deze zaak". Over het gewicht van de betrokken belangen kan inderdaad geen twijfel bestaan. Des te sterker doet het tekort zich gevoelen dat deze belangen niet adequaat zijn afgewogen als hierboven is overwogen, aldus de OK. OK verklaart dat ondernemer bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en legt ondernemer de verplichting op om voormeld besluit in te trekken en het verbod op om handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van voormeld besluit.

DATUM UITSPRAAK: 16 maart 2012
RECHTERLIJK COLLEGE: Ondernemingskamer
NAAM PARTIJEN: OR Regiopolitie Flevoland / Politieregio Flevoland
VINDPLAATS: LJN: BV9235 en ARO 2012/52

Advokatenkollektief Utrecht

Deel dit bericht