Internetconsultatie: Wet implementatie herziene EU-richtlijn Europese ondernemingsraden
Op 1 januari 2026 is er een nieuwe richtlijn voor Europese ondernemingsraden (EOR) aangenomen: Richtlijn (EU) 2025/2450. Lidstaten van de Europese Unie moeten deze richtlijn uiterlijk 1 januari 2028 geïmplementeerd hebben. In Nederland gebeurt dit met een wetsvoorstel: “Wet implementatie herziene EU-richtlijn Europese ondernemingsraden”.
De EOR-service van SBI Formaat heeft, vanuit onze jarenlange ervaring met het trainen en inhoudelijk adviseren van medezeggenschap en bestuurders op nationaal en Europees niveau, gereageerd op dit implementatievoorstel.
EOR-service onderschrijft het doel van de herziene richtlijn
De nieuwe richtlijn voor de Europese ondernemingsraden brengt aanmerkelijke verbeteringen voor de effectiviteit van medezeggenschap op Europees niveau. Het is daarnaast naar onze mening wenselijk dat verschillen tussen lidstaten, op belangrijke aspecten van de richtlijn, zoveel mogelijk worden teruggebracht. Voor effectieve medezeggenschap op Europees niveau moet worden voorkomen dat er een situatie ontstaat, waarin de keuze voor het vestigingsland van een EOR wordt beïnvloed door verschillen in implementatie van de richtlijn.
Het implementatievoorstel doet in algemene zin recht aan deze doelstellingen, door te kiezen voor zuivere implementatie van de richtlijn en tegelijkertijd aansluiting te zoeken bij de Nederlandse traditie van medezeggenschap. Daar waar ruimte bestaat voor eigen invulling, dienen de doelstellingen van de richtlijn zoveel mogelijk in het oog te worden gehouden, boven specifieke belangen of omstandigheden. De zuivere implementatie biedt ruimte aan de medezeggenschapspraktijk om, al dan niet door middel van jurisprudentie, op transparante wijze in lijn met de doelstellingen van de richtlijn in deze invulling te voorzien.
Nederland het eerste land met een implementatievoorstel
Nederland is het eerste land dat een concreet voorstel voor implementatie van de richtlijn heeft gepubliceerd. Dat verdient lof, en legt tegelijkertijd een verzwaarde verantwoordelijkheid neer bij de wetgever. In het buitenland wordt met grote interesse gekeken naar het implementatievoorstel en het is niet ondenkbaar, dat andere lidstaten daaruit elementen overnemen. Het is ook daarom niet wenselijk om af te wijken van de uitgangspunten en doelstellingen van de richtlijn.
Hieronder behandelen wij die aspecten van het voorstel die wat ons betreft aanscherping behoeven.
Aanscherping implementatievoorstel
-
Scholing voor de Bijzondere Onderhandelingsgroep (BOG)
De positie van de BOG wordt in het implementatievoorstel verbeterd, maar het recht op scholing en advies verdient extra verduidelijking. De BOG moet al vóór de start van de onderhandelingen scholing en ondersteuning kunnen krijgen, zodat zij goed voorbereid en op gelijkwaardig niveau met de bestuurder aan tafel zit.
-
Vertegenwoordiging in rechte van de EOR
Het voorstel laat het aan de EOR-overeenkomst over wie de EOR juridisch mag vertegenwoordigen. Dit kan de onafhankelijkheid en toegang tot de rechter in gevaar brengen. SBI Formaat pleit daarom voor dezelfde minimale wettelijke eisen als bij de BOG: de vertegenwoordiger moet lid zijn van de EOR en door de EOR uit eigen midden zijn gekozen.
-
Vertrouwelijkheid
SBI Formaat is positief over het gebruik van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen als objectief kader voor geheimhouding. Dit versterkt de informatiepositie van de EOR wat betreft het verstrekken van informatie onder geheimhouding, én maakt het moeilijker voor ondernemingen om informatie zonder goede grond achter te houden. Aanvullende afspraken over geheimhouding binnen de EOR-overeenkomst moeten wel mogelijk blijven.
-
Genderbalans
Het streven naar minimaal 40% vertegenwoordiging van zowel mannen als vrouwen wordt ondersteund, maar de praktische uitwerking vraagt om verduidelijking. EOR en BOG moeten toegang krijgen tot de benodigde informatie en communicatiemiddelen om aan hun inspanningsverplichting te kunnen voldoen. Daarnaast zijn waarborgen nodig om individuele EOR- en BOG-leden te beschermen tegen druk of procedures rond de genderbalans.
-
Boete- en handhavingsstructuur
De voorgestelde Nederlandse sancties zijn volgens SBI Formaat onvoldoende afschrikwekkend voor grote internationale ondernemingen. Het voorstel is daarom om toezicht op de naleving van de WEOR bij de Arbeidsinspectie te beleggen, inclusief de mogelijkheid om passende boetes op te leggen. Geschillen over de uitvoering van een bestaande EOR-overeenkomst kunnen vervolgens bij de Ondernemingskamer blijven.
Samenvatting
De EOR-service van SBI Formaat onderschrijft het doel van de herziene EU-richtlijn om Europese medezeggenschap effectiever te maken. Het implementatievoorstel doet daaraan in algemene zin recht, maar vraagt naar onze mening op enkele punten om aanscherping. De wetgever wordt verzocht expliciet vast te leggen dat de BOG al vóór de onderhandelingen recht heeft op scholing en advies. Ook moeten de minimumeisen voor vertegenwoordiging in rechte van de EOR gelijk worden getrokken met die van de BOG. Verder is behoud van een objectief kader voor vertrouwelijkheid van belang, zijn extra waarborgen rond genderbalans nodig en moeten zwaardere financiële sancties mogelijk worden gemaakt.
Klik op de afbeelding voor de volledige reactie van de EOR-service van SBI Formaat op de consultatie van de overheid.
Of ga direct naar de consultatie op Overheid.nl
Namens de EOR-service van SBI Formaat
Ingmar Jansen, MSc / Jochem Spronk, MSC / drs. André van Deijk
Samen met jouw EOR kunnen we je overeenkomst naast de nieuwe Richtlijn leggen en kijken waar deze aangepast zal moeten worden. Het EOR-team ondersteunt Europese ondernemingsraden onder andere bij:
- Onderhandelingen over wijzigingen in de EOR-overeenkomst;
- Juridische ondersteuning;
- Procesbegeleiding;
- Training over de nieuwe Richtlijn;
- Nieuwe overeenkomst inzake artikel 13.




