Blog

Directe participatie onder de loep

07 augustus 2019 / Camiel Schols

Blogserie: Wijsheid van de werkvloer – Directe participatie onder de loep

De wijsheid van de werkvloer ophalen, en goed gebruiken. Dat is de kunst bij vernieuwing van de medezeggenschap. Vandaag neem ik de directe participatie onder de loep.

Directe participatie is hot. Verantwoordelijkheden komen lager te liggen. En het wordt belangrijker om medewerkers te betrekken bij de ontwikkeling van de organisatie. Directe participatie loopt niet via de OR. De betrokken medewerkers krijgen rechtstreeks de kans om mee te praten. In het enthousiasme voor directe participatie gaan tegenwoordig soms stemmen op om de ondernemingsraad af te schaffen. Als mondige medewerkers zelf hun stem laten horen zou dit de gekozen OR overbodig maken. Voor mij is dit te kort door de bocht. Want hoe gaat directe participatie vaak in de praktijk?

Ikzelf kreeg er onlangs mee te maken als burger toen de gemeente mij uitnodigde voor een bijeenkomst voor buurtbewoners. We mochten meepraten over de toekomstige herinrichting van onze straat in het centrum van de stad. Na een fraaie presentatie verzamelden enthousiaste ambtenaren al onze wensen op geeltjes. Ook ik liet mij niet onbetuigd: Veel bomen, veel groen, schone lucht. En ook: goed bereikbaar met de auto en parkeerplaatsen voor iedereen. Dat kan dus niet allemaal. Maar wie maakt de keuze tussen meer groen of meer asfalt? Die afweging werd ons  participerende buurtbewoners niet voorgelegd.

Theoretisch kan participatie plaatsvinden op vier niveaus: Meeweten, meepraten, meedenken en meebeslissen. Meeweten is geïnformeerd zijn. Meepraten betekent dat ieder zijn mening of wensen geeft. Daarbij mag ieder opkomen voor zijn eigen belang. En de deelnemers mogen elkaar (en zichzelf) tegenspreken. Meedenken gaat verder dan meepraten. Meedenken betreft het analyseren van een probleem en het voorstellen van passende oplossingen. Bij meedenken hoort ook het afwegen van belangen. Meebeslissen tenslotte, betekent dat het besluit alleen wordt genomen met instemming van de betrokkenen.

De OR heeft in een aantal gevallen de mogelijkheid tot meedenken (adviesrecht) en meebeslissen (instemmingsrecht). Daartegenover blijft directe participatie in de praktijk meestal beperkt tot meeweten en meepraten. Daarmee wil ik trouwens niets afdoen aan de waarde ervan. Sterker nog: Ik juich toe dat belanghebbenden ten minste geïnformeerd en gehoord worden. Ook de buurtbijeenkomst voor mijn straat is door de betrokkenen ervaren als plezierig, inspirerend en misschien zelfs verbindend. Mijn punt is echter dat formele medezeggenschap van de OR (advies- en instemmingsrecht) van een andere orde is dan directe participatie die zich doorgaans afspeelt op de niveaus van meeweten en meepraten.

Ik denk daarom dat de ontwikkeling van directe participatie de OR zeker niet overbodig maakt. Beide vormen vullen elkaar aan: Medewerkers krijgen zorgvuldig informatie en ze worden uitgenodigd om hun wensen en meningen te geven. Vervolgens is de OR aan zet om te adviseren of in te stemmen. Daarbij waarborgt de WOR dat de OR zich mede buigt over de uiteindelijke afweging: Welke belangen spelen er en hoe kunnen we die met elkaar verbinden?

Drie tips om mee af te sluiten

  • Organiseer directe participatie planmatig (plan do check act).
  • Organiseer directe participatie in overleg met de OR.
  • Houd de deelnemers op de hoogte van wat gebeurt met hun inbreng.

Geschreven door trainer/adviseur Camiel Schols

Eerdere blogs uit deze serie

 

Deel dit bericht